Spaanse Nederlanden

De Spaanse Nederlanden is de benaming voor de Habsburgse Nederlanden van 1556 tot aan 1715. Tot 1581 stonden de Spaanse Nederlanden ook bekend als de Zeventien Provinciën. In dat jaar scheidden de noordelijke gewesten zich van de zuidelijke af en verklaarden zich onafhankelijk onder de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Zuidelijke Nederlanden gingen verder onder de naam Spaanse Nederlanden. In 1715 gingen de Zuidelijke Nederlanden van Spaanse tak over naar de Oostenrijkse tak van het huis Habsburg en verder onder de naam Oostenrijkse Nederlanden.

Keizer Karel V

Een carolusgulden of karolusgulden is een oude munt die ten tijde van keizer Karel V werd geslagen en naar hem is genoemd.

De carolusgulden bestond zowel in een gouden uitvoering (Carolus d’or) als een zilveren (Carolus d’argent). De gouden carolusgulden werd voor het eerst in 1517 geslagen, de zilveren in 1544. Beide vertegenwoordigden bij de invoering van de zilveren carolusgulden dezelfde waarde. Deze bedroeg 20 stuivers of 60 Brabantse groten.

De ontdekking van nieuwe zilvermijnen in Tirol en Saksen stelde de heren en heersers die deze mijnen bezaten in staat om vanaf het einde van de 15e eeuw grote munten ter waarde van een gouden florijn, genaamd Guldengroschen, te slaan. Deze grote zilveren munten werden al snel gevestigd in het Heilige Roomse Rijk onder de namen taler, daalder of daldre. Zij werden lange tijd verboden in de Spaanse Nederlanden, waar goud de voorkeur kreeg voor grote betalingen. Bovendien werd de bijdrage van zilver uit de Nieuwe Wereld door Spanje pas belangrijk na de ontdekking van de mijnen van Potosi (Bolivia) in 1545 en Zacatecas (Mexico) in 1546. De belangrijkste monetaire vernieuwing tijdens het bewind van Keizer Karel was de introductie van de eerste grote zilveren munt in de Nederlanden, die in april 1544 werd besteld en waarmee het portret van de keizer in profiel aan de wet werd gepresenteerd. Vergelijkbaar met de Duitse en keizerlijke taler, werd de waarde ervan gelijk gesteld aan die van de gouden florinekarolus die in 1521 werd geïntroduceerd, met een waarde van 20 sous of 20 patards (stuivers). De zilveren karolusgulden was niet zo populair bij het publiek als gehoopt en werd na de tweede uitgave (1553-1556) stopgezet.

Onder Karels opvolger koning Filips II is de aanmunting van deze guldens dus ook niet meer voortgezet. De term karolusgulden of kortweg als snel gulden genoemd, heeft echter nog lang nadien als rekeneenheid gediend, totdat de Republiek der Nederlanden vanaf 1688 fysieke zilveren guldens is gaan slaan.

1542 gulden carolus 20 stuivers
1542
1542 gulden carolus 20 stuivers
1542

In 1542 voerde Karel V de zogenaamde zilveren Carolusgulden in. Deze woog bijna 23 gram.

1550 gulden
1550 replica
1550 gulden
1550 replica

Replica Karolusgulden in zilver

ALBERT & ISABELLE 1598–1621

Op 6 mei 1598 vond het huwelijk plaats van Isabella van Spanje met Albrecht van Oostenrijk. Het prinselijk paar deed op 5 november zijn Blijde Intrede in Mechelen. De Spaanse Nederlanden, die Isabella van haar vader in eigendom had gekregen op conditie dat er erfopvolgers zouden zijn (zo niet werden al de gewesten met Spanje herenigd), kwamen nu onder bestuur van beide aartshertogen, die zelfstandig als geallieerden van Spanje regeerden.

1599 Albrecht Isabella
1599
1599-gulden-AlbertIsabelle-K.png 1599-gulden-AlbertIsabelle-S.png
1599

BRABANT – Florin d’argent de 20 sols 1599, Silver, ALBERT & ISABELLE 1598–1621 Anvers. Bustes affrontés des archiducs avec têtes nues, main(!) en haut AL – BERTVS· ET ELISABET· DEI· GRATIA. R/. écu couronné, le millésime aux côtés de la couronne, main en haut ARCHIDVCES· AVST· – DVCES· BVRG· BRAB·Z-. GH. 287.1;

Delm. 235;

GH# 287-6,

KM# 3, Vanhoudt# 586-BG

gewicht : 10,76 g.

1602 Gulden Albrecht Isabelle
1602
1602 Gulden Albrecht Isabelle
1602
1600 gulden
1600 replica
1600 gulden
1600 replica

Replica Gulden 1600 DenBosch in Zilver

Over de muntslag van Maastricht tijdens de eerste emissie (1598-1601) valt weinig te schrijven daar er voor deze periode geen documenten werden bewaard. Het is aan de hand van de teruggevonden munten dat deze muntslag wordt samengesteld. In Maastricht is de muntslag in deze emissie zeer beperkt geweest maar heeft met zekerheid bestaan daar er gouden munten (dubbele en enkelvoudige albertijn) met het jaartal 1600 en zilveren munten (dubbele, enkele en halve gulden en de stoter) met de jaartallen 1599 en 1600 zijn teruggevonden.

Bron : De Muntklapper

Breda

Van de 20 stuivers Noodmunt Breda zijn meerdere emissies/varianten. In 1577 zijn er noodmunten geslagen van zilver en tin.
Op 23 augustus werden in Breda de eerste zilveren noodmunten geslagen met een waarde van één en twee gulden. In het midden werd het stadswapen aangebracht met het omschrift ‘IN DER NOOD B A 1577’. In september werden nogmaals zilveren platen geslagen van één en twee gulden. Dit keer met maar de helft van het gewicht van de vorige emissie, want er was inmiddels een groot tekort aan zilver in de stad. In het midden van de noodmunten die in september werden geslagen werd de naam BRE/DAE aangebracht met daaromheen het omschrift ‘IN NECESSITATE 1577’. Alle munten werden voorzien van zogenaamde ‘kloppen’. Dat zijn controletekens om de echtheid van de munten te kunnen bepalen. Op de noodmunt uit 1577 die zich bevindt in de collectie van Stedelijk Museum Breda staat bijvoorbeeld een hoorn, toren en een lelie die mogelijk verwijzen naar de zilversmeden die de plaat hebben geslagen. In de onderste hoek staan twee X’en die een waarde van 20 stuivers, oftewel 1 gulden aangeven.

1577 Gulden Breda 20 Stuivers
1577
1577 Gulden Breda 20 Stuivers
1577

Afbeelding rechts: DUTCH REVOLT (Nederlandse Opstand), Low Countries. Breda. Besieged by the States-General, 1577. Pewter 20 Stuiver Klippe (29xmm, 15.12 g). Dies by Carl Wilhelm Becker (1772-1830). Dated 1577. Crowned B, 15 77 flanking B; XX (retrograde S)T across field / Blank. Hill 333; Vanhoudt –; cf. Gelder, Noodmunten, 108a (for original issue in silver); cf. Mailliet 43 (same); Lasser –; cf. CNM (same). VF.  

Vervalsing

Nog even over de munt rechts, deze is van omstreeks ca 1830, dus een kopie door Becker. De Gelders catalogus van Nederlandse belegeringsmunten kent dit nummer 108 toe; dit stuk, met de waarde XX — ST, is 108B. Hill, Becker the Counterfeiter, # 333. XF conditie.
Carl Wilhelm Becker (1772-1830) is altijd de meest “bewonderde” vervalser of “kopiist” geweest van oude munten (samen met de Paduan Cavino). Zijn werk omvat ook Griekse, Romeinse en middeleeuwse munten (meer dan 300 soorten goud en zilver). Zijn matrijsgravure is uniform prachtig, nauwgezet en onfeilbaar van alle details en de nuances.

Spaans beleg

Teneinde een sterke uitvalsbasis te verwerven in de Noordelijke Nederlanden besloten de Spanjaarden te pogen de sterke vestingstad Breda in te nemen. Zo vertrok op 21 juli 1624 een sterk leger van zo′n 80.000 man vanuit Brussel richting Breda o.l.v. de militair strateeg en opperbevelhebber Ambrogio Spinola. In de periode daarop werd de stad Breda geleidelijk omsingeld en afgesloten van de buitenwereld. Vanaf 27 augustus 1624 was het beleg een feit. De Staatse verdediging lag in handen van Justus van Nassau, gouverneur van de stad Breda en een bastaardzoon van Willem van Oranje. Het in de stad gelegerde garnizoen van zo′n 5200 man kon echter weinig uitrichten tegen een dergelijke overweldigende overmacht. Het Staatse leger onder leiding van Maurits en later Frederik Hendrik  probeerde wel de bevoorrading van het Spaanse leger te belemmeren, echter zonder succes. Wegens gebrek aan geld binnen de stad besloot in januari 1625 tot het uitgeven van zilveren noodmunten, gevolgd door koperen noodmunten in het voorjaar van 1625. In mei 1625 deed prins Maurits nog een aanval op het Spaanse leger, maar die werd afgeslagen. De voedselvoorraden binnen de stad waren inmiddels op en er brak hongersnood uit onder de burgerbevolking. De stad was genoodzaakt zich over te geven en de Breda viel op 2 juni 1625 in Spaanse handen.

1625 Gulden Breda 20 Stuivers
1625
1625 Gulden Breda 20 Stuivers
1625

gewicht 5,07gr. | zilver 22x22mm.
vz. Stadswapen binnen een cirkel, daaromheen de tekst •BREDA•OBSES•1625,
daaboven een instempeling 20, eronder een instempeling ″bloem″.kz. Blanco

Delmonte 323 | van Gelder en Hoc 230
Mailliet 18,14 | van Loon II,157,4 R

Ook in andere plaatsen zijn tijdens de Tachtigjarige Oorlog noodmunten geslagen. De munten werden van zilver gemaakt en hadden een waarde van één of twee gulden. Een schat aan zilverwerk, zowel van particulieren als van de kerk, werd opgeëist om ze te slaan. De munten waren even zwaar als de officiële munten. Men was bang dat munten van minderwaardig materiaal vervalst zouden worden. Tinnen munten werden uitgegeven voor één, drie en tien stuiver. De munten zouden zo gauw mogelijk door het stadsbestuur worden ingewisseld. Er zijn relatief veel noodmunten bewaard gebleven. Voor veel mensen waren ze een herinnering aan barre tijden en de overwinning op de Spanjaarden. Er zijn ook vervalsingen bekend, vanwege de hoge waarde van dit soort munten.

Amsterdam

1578 gulden 20 stuivers
1578
1578 gulden 20 stuivers
1578

20 Stuiver 1578, Silver, Latere emissie, Blokkade door de Staten van Holland dec. 1577 – 8 febr. 1578, AMSTERDAM Noodmunt op vierkant plaatje.

Material: Silver
Weight: 13.68 g

Diameter: 32.00 mm

Obverse: Crowned civic coat-of-arms; X-X (denomination) across upper field; all within decorative cartouche and pearled border; solder pot (assayer’s mark) in countermark above

Reverse: P ·/· AR · ET ·/· FO · (Pro aris et focis) in three lines; all within laurel wreath framed by pearled border.

1578 gulden 20 stuivers
1578
1578 gulden 20 stuivers
1578

20 Stuiver 1578, Silver, Latere emissie, Blokkade door de Staten van Holland dec. 1577 – 8 febr. 1578, AMSTERDAM Noodmunt op vierkant plaatje.

Afbeelding rechts: Gekroond Amsterdams wapen. Aparte stempel voor jaartal met waardeaanduiding XX. Boven het wapen meesterteken vuurstaal. Kz. glad.vG. 122; Delm. 199; Maill. 5.21.13.24 g.


Doornik, een stad in de Spaanse Nederlanden, werd door Frankrijk ingenomen na de Devolutieoorlog (1667-1668), waarin Frankrijk onder Lodewijk XIV tegen de Spaanse Habsburgers vocht. Later, tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1714), belegerde de Engelse hertog van Marlborough Doornik in zijn campagne tegen de Fransen in de Lage Landen. Het beleg begon op 27 juni, nadat Marlborough erin was geslaagd de Franse generaal Villars te misleiden om enkele van zijn mannen uit Doornik te halen om andere steden te verdedigen. De stad viel op 3 september in Marlborough, waardoor hij zijn succesvolle opmars naar andere door Frankrijk bezette steden kon voortzetten. Het Verdrag van Utrecht, dat hielp bij het beëindigen van de oorlog, gaf Doornik in 1713 aan Oostenrijk.

1709 20 sols - Gulden
1709
1709 20 sols - Gulden
1709

20 Sols uniface Klippe, 1709.
Siege coinage.
Obv.Laureate bust of the Marquis de Surville left; 20 above, small tower below – M DE SVRVILLE.
Rv. Blank.
Delmonte, Argent 363; Mailliet 14.3; KM 8